Alexander Klöpping geeft uitleg

“Ik heb een grote bek over alles wat los en vast zit”

Een uit verveling geboren internetbedrijf opstarten, dat in totaal meer dan een miljoen euro heeft omgezet. Het lukte Alexander Klopping (1987, Oss) bijna tien jaar geleden. Inmiddels heeft de twintiger zijn bachelor Media & Cultuur afgerond en is hij als zelfbenoemd technoviking regelmatig te zien in De Wereld Draait Door. En er komt nog veel meer. Beeld: Rink Hof

“Als ik in Amsterdam was opgegroeid dan had ik hier waarschijnlijk niet gezeten voor een interview.” Dan was je one of the guys? “Dat klinkt alsof ik nu boven de rest sta en dat is natuurlijk niet zo. Feit is wel dat ik me zo ontzettend verveelde in Brabant, met als gevolg dat ik alleen maar achter de computer zat. In Amsterdam was ik waarschijnlijk stiekem jointjes gaan roken.” Zijn internetbedrijf The Gadget Company (thegadgetcompany.nl) ontstond op toevallige wijze door de behoefte aan een wasbordje: “Jongens van mijn leeftijd waren aan het voetballen, maar ik zat altijd achter de computer. Ik bouwde websites voor mensen en leerde werken met HTML. Ondertussen kreeg ik weinig beweging, dus leek het me wel een goed idee om een buikspierapparaat aan te schaffen, om zo nog een beetje in trek te blijven bij de meisjes op school. Ik zag die dingen op televisie voorbijkomen, maar ontdekte al snel een importeur in Deventer. Later ging ik ook van die apparaten bestellen voor jongens bij mij op school. Dat breidde zich langzaam zo uit, totdat ik het maar bij de bron ging halen in China. Want of ik nou met Deventer of met China mail, dat maakt niet zo heel veel uit. Brutaal?”, herhaalt hij de vraag. “Dat ben ik wel, ja. Niet iedere jongen van vijftien bedenkt op zo’n moment om met China te mailen. Aan de andere kant: ik had geen flikker te doen en zag de mogelijkheden. Waarom zou je het dan niet doen?”

Curator
Na de middelbare school vertrok Klöpping voor een jaar naar Amerika, waar hij een half jaar aan een Republikeins georiënteerde universiteit en een half jaar aan een Democratisch georiënteerde universiteit studeerde. Daarna verhuisde hij naar Amsterdam om Media en Cultuur te gaan studeren en inmiddels heeft hij zijn bachelor afgerond.  Hij denkt nu na over de toekomst. “Ik twijfel heel erg of ik een master moet gaan doen. Ik heb een grote bek over alles wat los en vast zit, en ik denk dat ik over verschillende dingen ook echt veel weet. Het vakgebied bestaat echter nog heel erg uit generalisten. Voor wat meer specialisatie zou ik daarom best verder willen studeren. Aan de andere kant haal ik veel voldoening uit de kennis die ik deel met een groot publiek. Uiteindelijk stuurt de technologie grote veranderingen en dat boeit mij enorm. Ik zie bijvoorbeeld van verre aankomen dat TomTom, een Nederlands miljardenbedrijf, ingehaald gaat worden door de werkelijkheid. Smartphones en mobiel internet maken het dat bedrijf heel erg lastig, tenzij ze het roer drastisch omgooien. Ik denk dat het heel nuttig is als er mensen zijn die dat soort dingen in de gaten houden en dat met een groot publiek delen. Daar komt nog eens bij dat ik erg veel plezier beleef aan het vertalen van ingewikkelde materie naar taal die onze ouders kunnen begrijpen.”

Die taal verspreidt Klöpping regelmatig in De Wereld Draait Door, aan tafel bij Matthijs van Nieuwkerk. Daarnaast schrijft hij regelmatig columns en geeft hij gemiddeld één keer per week een lezing. “En heel veel lezen, natuurlijk. Ik ben recentelijk zelfs begonnen met het lezen van meer boeken en minder internetnieuws. Ik denk dat ik graag een internetjournalist zou willen zijn, maar zo zou ik mezelf op dit moment niet willen noemen. Als journalist moet je bezig zijn om zelf dingen naar boven te halen, zelf onderzoek te doen. Ik zit op dit moment alleen maar andere mensen te herhalen achter mijn computer, vat het meer samen, een soort curator. Als journalist ben je alleen maar waardevol als je van de lange adem bent. Als ik de rust vind om dat te gaan doen, dan zou ik die internetjournalist graag zijn.”

Bruggen bouwen
Twee jaar geleden schoof hij voor het eerst aan bij DWDD, tijdens de lancering van de eerste iPad. Enthousiast vertelde hij zijn verhaal in heldere taal voor de mensen thuis. Twee jaar later vragen veel mensen zich af waarom het altijd maar die Alexander Klöpping is die aanschuift als het om techniek of nieuwe media gaat. “Het geeft aan dat het een heel jong vakgebied is, waarin het nog erg zoeken is naar de juiste mensen.” Met verheven stem: “Als er meer mensen zijn die goed over een bepaald onderwerp kunnen praten: graag, meld je aan. Stoot mij van mijn plek daar, echt geen enkel probleem. Met die kritiek die ik soms krijg kan ik echter niet zoveel. Ik ben bovendien de eerste die toegeeft dat er op de subgebieden waar ik over praat, mensen zijn die meer kennis van zaken hebben dan ik. Één keer heb ik over games gepraat in DWDD, maar eigenlijk ben ik helemaal geen gamer. Ik zie dan als taak voor mij om het onderwerp onder de aandacht te brengen in het programma waarin dergelijke zaken normaal niet besproken worden. Ik heb mezelf toen aangeboden en een docent van de Universiteit van Amsterdam meegenomen die gespecialiseerd is in games. Dat heeft er dus wel voor gezorgd dat het onderwerp aandacht krijgt, en daar haal ik voldoening uit. Mensen gaan dan zeggen: ‘wat weet hij van games?’ Het enige wat ik probeer is een brug te leggen tussen het grote publiek en de kennis die er is. Eerlijk gezegd heb ik ook schijt aan die kritiek. Ik vind zelfs dat ik best trots mag zijn op het feit dat ik onderwerpen als WikiLeaks op de agenda van DWDD heb gekregen.”

Binnen het format van DWDD gaat Klöpping binnenkort bovendien een eigen programma maken. Hoe dat er precies uit gaat zien, mag de welbespraakte twintiger niet zeggen. “Het idee is dat er programma’s gemaakt gaan worden binnen het format van DWDD. We hebben een aantal gesprekken gevoerd en ze hebben een rol voor mij in gedachten.” Tot die tijd heeft Klöpping zijn eigen rubriek in het programma, waarin hij jonge start-ups de kans geeft zichzelf te presenteren aan een groot publiek. “Dat vind ik het leuke aan techniek: het zorgt voor innovatie en vernieuwing. Kijk alleen al naar Facebook. Dat bestaat nog niet eens tien jaar en heeft compleet geherdefinieerd hoe het internet eruit ziet. Ieder bericht dat jij liked op Facebook zegt iets over jou. En daardoor is het bedrijf ook zoveel waard, omdat zij precies weten wie je bent. Hetzelfde geldt voor Google. Die weten precies of jij een man of een vrouw bent, waar je woont, hoe rijk je bent, wat je interesses zijn. Google verdiende in 2002 nul euro aan advertenties.” In 2011 is dat gestegen tot 23 miljard, 99 procent van de omzet. “Bizar.” Het jongensboek dat Mark Zuckerberg heet zal echter niet voor elke jonge ondernemer opgaan. “Veel gasten gaan de fout in door zich af te vragen of ze een idee moeten vastleggen in patenten en dergelijke. Dat is echt een onwijs domme gedachtegang. Één: jouw idee is niet uniek, en twee: het zit hem niet in het idee. Facebook is niet zo goed omdat er nog geen sociaal netwerk is, maar door de uitvoering ervan. Het gaat er niet om dat je een goed ideetje hebt voor een appje dat geluid geeft als het gaat regenen, of noem maar iets. Nee, je moet het maken. En als jij de beste uitvoering hebt, dan ben je spekkoper.”

Ondanks de lofzang over het internet is het niet allemaal hosanna, volgens Klöpping. “Je ziet heel erg dat het internet veel minder een vrije ruimte is dan eerst. Overheden beginnen zich te mengen door bijvoorbeeld strafrechtelijke acties of het afsluiten van sites, zoals The Pirate Bay. Dat is natuurlijk complete waanzin. De muziekindustrie moet andere manieren vinden om geld te verdienen, met cd-verkoop gaan artiesten nou eenmaal niet rijk worden. Het is alsof ze de auto gaan verbieden omdat het anders zielig is voor alle medewerkers op de stoomboot die hun baan verliezen. Als de entertainmentindustrie het internet uit kon zetten, dan hadden ze dat al lang gedaan. Maar zo werkt innovatie niet. Dingen worden beter. En dan kun je twee dingen doen: er tegenin gaan of proberen om een zo goed mogelijk product te maken dat aansluit op die innovatie.” Met een geërgerde blik: “Zoiets als Spotify, hoezo hebben ze dat niet zelf verzonnen? Een andere zorgelijke ontwikkeling is het feit dat het internet steeds meer in handen komt van private bedrijven.” Terwijl hij naar zijn iPhone wijst: “Dat je op dit ding geen app meer kan maken zonder de toestemming van de firma Apple is jammer, want innovatie wordt hierdoor geremd. Als die macht steeds groter wordt, zou ik me kunnen voorstellen dat er, net als in de economie, een conjunctuurbeweging komt. Op een gegeven moment gaan de mensen schrikken van hun beperkingen.”

Gepubliceerd in Medium Magazine (Tijdschrift voor Communicatiewetenschap) nummer 4, juni 2012